Met een lengte van 30 km en een gemiddelde breedte van 3,5 km vertoont het eiland een zeer afwisselend landschap. Aan de noordkant een 30 km lang strandvan soms wel 1 km breed.
Daarachter een vrij brede duingordel. Eerst de jongere nog niet geheel begroeide duinen, daarachter de binnenduinen die een veel rijkere plantengroei vertonen. Een deel van het oude duingebied is begin deze eeuw beplant met bomen. Die aanplant is nu tot bos uitgegroeid.
De overgang van duin in polder wordt gekenmerkt door een landschap van door boomsingels omgeven landjes. Verder zuidwaarts strekt zich de de gevariƫerde wijde polder uit. Kenmerkend voor de Terschellinger polder zijn de hier en daar oprijzende eendenkooien.
De Waddenzee wordt door een dijk van de polder gescheiden. 80% van het eiland is natuurgebied, de overige 20% bestaat uit cultuurgrasland, dorpen, wegen.
Het oostelijk deel van het eiland wordt gevormd door het natuurreservaat "De Boschplaat". Het eiland telt nog vier andere natuurmonumenten, waarvan De Noordvaarder in het westen het grootste is. Dit gebied vertoont een zeer gevariƫerde plantengroei.De matigende invloed van de zee is het hele jaar door merkbaar. De winters zijn vrij zacht, maar de zomers zijnover het algemeen wat koeler dan op het vaste land. Door de bijna altijd aanwezige wind, drijven regenbuien sneller over en is er meer zon. Het najaar kenmerkt zich door relatief hoge temperaturen.
West-Terschelling is het grootste dorp van het eiland, hier komt men aan met de veerboot. Men kan hier, evenals in Midsland, de karakteristieke geveltjes bewonderen van de oude commandeurshuizen, die dateren uit de bloeitijd van handel en walvisvaart.
Het gezicht van WestTerschelling wordt in de eerste plaats bepaald door de Brandaris, de 55 meter hoge vuurtoren, die dateert uit 1594.
Vanuit West-Terschelling oostwaarts loopt de Hoofdweg, waarlangs de verschillende dorpjes, o.a. Baaiduinen, Midsland, Formerum, Lies, Hoorn en tenslotte Oosterend.